Denktank Brainstorm 2: Representatie

Onderwerp: Representatie
Datum: Juli – December 2018
Locatie: Rotterdam, Amsterdam
Gespreksleider: Talat Raja
Deelnemers: Divers

Inleiding
Deze Denktank sessie gaat over representatie, een belangrijk en veelvuldig terugkerend begrip in de kunst, media, politiek en statistiek. Een begrip dat voor spanning en verwarring kan zorgen in deze roerige tijden vandaar dat in deze sessie getracht wordt het begrip te ontleden en te ontdoen van zijn emotionele lading, om vervolgens te analyseren hoe dit begrip positief ingezet kan worden in een sociaal-maatschappelijke context. Hierbij is gekozen voor een essayistische benadering.

La trahison des images
Laten we aftrappen met “La trahison des images (Het verraad der voorstelling), een surrealistisch olieverfschilderij van de Belgische kunstschilder René Magritte gemaakt in 1928-1929. Het is beroemd om zijn onderschrift Ceci n’est pas une pipe (dit is geen pijp). Met het onderschrift bedoelde Magritte dat de pijp eigenlijk geen echte pijp is maar de afbeelding van een pijp, niet meer dan een met olieverf beschilderd doek. De verwijzing naar een herkenbare voorstelling (een pijp) pleegt verraad aan het idee dat slechts in onze geest kan bestaan.” Het beeld verraadt het idee. Tegelijkertijd verraadt het beeld de werkelijkheid. Het zal nooit en te nimmer dat zijn wat het probeert te verbeelden. Het is een frame. De representatie zal nooit en te nimmer het gerepresenteerde totaal omvatten. Zoals Foucault aangeeft in de ‘De woorden en de dingen’, dat er altijd wat verloren gaat. Geldt hetzelfde niet voor representatie, dat er altijd wat verloren gaat?

Het is hierbij van belang een onderscheid te maken tussen representatie als verbeelding/voorstelling, representatie als vertegenwoordiging en de wisselwerking daartussen.

Representatie als verbeelding
Met representatie als beeld wordt in deze context de mediale weergave van de ‘werkelijkheid’ of individuen bedoeld. Het gaat hier om de overheersende beeldtaal binnen een maatschappij, van televisie tot youtube, van magazines tot Instagram. Dit beeld kan een opgelegd beeld zijn waaraan niet zomaar kan worden onttrokken, want ook al identificeer je jezelf niet met het opgelegde beeld, vindt er toch een (problematische) maatschappelijke positionering plaats omdat de buitenwereld zich wel naar dat beeld gedraagt. De beelden geven richting aan het handelen, zoals arbeidsmarktdiscriminatie, populisme, uitsluiting, onderdrukking, etc. Aan de ene kant is representatie contextbepaald (de maatschappij waarin je je bevindt) en anderzijds contextbepalend (de gedragingen binnen die maatschappij). De oplegging kan derhalve resulteren in een problematische identiteit voor een individu: “Ik ben dat niet”. Dit terwijl er een grote behoefte bestaat aan een “Ik ben dat wel”.

Representatie als beeld is sterk gelieerd aan identiteit en vorming daarvan. Er bestaat een basale noodzaak om jezelf (op een positieve manier) terug te zien in de wereld om je vervolgens daaraan in alle vrijheid te (kunnen) reflecteren. Vooral voor jongeren maar ook nieuwkomers is dit een belangrijke issue. Misschien dat daarom de laatste tijd wereldwijd een grote tendens te zien is om een schijnbare ‘ondervertegenwoordiging’ in de mediale representatie tegen te gaan, zoals duidelijk naar voren komt in veel recent uitgebrachte Hollywoodfilms. Van Moonlight tot Wonderwoman, van Black Panther tot Get Out. Allemaal schijnen ze bezig te zijn met een emancipatie-slag.

We lijken daarom in een erg interessante tijd beland te zijn met de opkomst van DENK, social justice warriors en de realisatie dat ook wit een kleur is. Wit wordt in die zin voor het eerst een representatie, het komt voor het eerst in beeld. Dit veroorzaakt natuurlijk een spanning want wat vroeger slechts het probleem van de Ander was, wordt nu in steeds grotere mate ook het probleem van de ‘hegemone’ positie.

Angst en representatie zijn hierbij aan elkaar gerelateerd, in die zin dat de representatie zich voornamelijk richt op gepercipieerde kenmerken van de ander en zich daar vervolgens tegen afzet. De representatie dient op die manier ter versteviging van de ‘eigen’ identiteit op basis van uitsluiting van een ‘Andere’ identiteit.

Representatie als vertegenwoordiging
Naast representatie als beeld, wordt het begrip ook ingezet als vertegenwoordiging. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de statistiek, waarbij het fenomeen van ‘evenredige vertegenwoordiging’ en legitimiteit een belangrijke positie inneemt maar ook in de politiek waarbij het gaat om een vertegenwoordiging van politieke belangen en de gewenste beeldvorming vanuit het oogpunt van macht. Of zoals Hanna Arendt het formuleert: ’Politiek bestaat voor de ene helft uit beeldvorming en voor de andere helft uit de kunst om mensen in het beeld te doen geloven.’ (Hanna Arendt, ‘Liegen in de politiek’)

Representatie heeft derhalve een nauwe relatie met het politieke. Strijd en macht zijn belangrijke aspecten van identiteit(politiek) en representatie. De manier waarop bepaalde zaken gerepresenteerd worden kunnen het resultaat zijn van eeuwenoude machtsverhoudingen maar kunnen ook het resultaat zijn van nieuwe technologieën. Dit toont tevens het fluïde karakter van representatie aan. Een belangrijk kenmerk van politieke belangenvertegenwoordiging is dat belangen vaak gekoppeld zijn aan bepaalde groeperingen. Het gaat dus niet om universele belangen. En dit raakt een problematisch punt. Als belangen niet louter rationele scheidslijnen maar bijvoorbeeld etnische scheidslijnen als uitgangspunt nemen, komen niet alleen de representaties maar ook de daaraan gekoppelde groeperingen tegenover elkaar te staan.

Vaak ontstaat bij de belangenvertegenwoordiging tevens een tendens naar het midden waardoor bepaalde belangen/groeperingen zelfs uitgesloten kunnen worden van representatie of dat ze te maken krijgen met een opgelegde representatie. Het object van uitsluiting heeft zelf daar soms geen stem in gehad, en blijft in de politieke belangenvertegenwoordiging ondergesneeuwd.

In de statistiek is het begrip ‘evenredige representatie’ nodig om toevalligheden uit te sluiten, maar in het politieke domein is het vooral een angst om niet gerepresenteerd te worden, om niet vertegenwoordigd te worden. Maar dit heeft voornamelijk met representatie als beeld te maken.

Problematische wisselwerking
Het wordt problematisch als beeld en vertegenwoordiging door elkaar worden gehaald of slim tegen elkaar worden uitgespeeld. Indien representatie als beeld zich richt op een culturele uitingsvorm en dit vervolgens wordt doorgetrokken naar een politieke vertegenwoordiging kan het gebeuren dat mensen via gepercipieerde (en vaak arbitraire) culturele scheidslijnen op een vertegenwoordigingsniveau tegenover elkaar komen te staan.

In zijn boek Identity and Violence zegt de Indische Nobelprijswinnaar voor Economie Amartya Sen het volgende: “Mensen zijn niet lid van één bepaalde groep en hebben niet één specifieke en vastomlijnde identiteit. In werkelijkheid behoren we tot diverse groepen die voortdurend de diverse aspecten van onze complexe identiteit bepalen. (…) Het lidmaatschap van een groep kan belangrijk zijn, aldus Amartya Sen, maar nog belangrijker is het recht het van elke mens om zelf zijn identiteit te bepalen. (…) In die zin verwerpt hij de Amerikaanse politiek in Irak die het land beschouwt als een verzameling van religieuze gemeenschappen en niet als een verzameling van burgers. Hierdoor verdwijnt de mens met zijn rechten en vrijheden opnieuw op de achtergrond. “Ik kan tegelijk een Aziaat zijn, een burger uit India, een Bengaal, een Britse resident, een econoom, een liefhebber van filosofie, een schrijver, een Sanskriet, een overtuigde secularist en democraat, een man, een feminist, een heteroseksueel, een verdediger van de rechten van homo’s en lesbiennes, met een niet religieuze levensstijl, met een Hindoe achtergrond, een niet Brahmaan, en iemand die niet gelooft in een hiernamaals”, zo beschrijft de auteur zichzelf. En zo kent elke mens een mozaïek van identiteiten. Naar gelang de omstandigheid zal de mens deze of gene identiteit belangrijker vinden of niet.” Dirk Verhofstadt

Echter zien we te vaak dat als snijpunt van de tegenstelling wordt gekozen voor een enge benadering van cultuur. Cultuur wordt dan verkleind tot een religieuze of etnische eenheid. In die zin kan zelfs multi-culturalisme kritisch onder de loep worden genomen.

“In het achtste hoofdstuk, getiteld Multiculturalism and freedom, maakt Sen onderscheid tussen twee typen multiculturalisme. Het eerste type concentreert zich op de waarde van diversiteit op zich. Het tweede type focust op de vrijheid van redeneren en beslissen en waardeert culturele diversiteit als culturele identiteiten in vrijheid gekozen zijn. De laatste benadering heeft de voorkeur van Sen. Hij wenst mensen niet te beschouwen ‘gecategoriseerd in termen van de geërfde tradities, in het bijzonder de geërfde religie, van de gemeenschap waarin mensen nu eenmaal zijn geboren. De ongekozen identiteit krijgt dan automatisch prioriteit boven andere verbindingen’. Kort door de bocht gesteld: identiteit is geen ‘destiny’, maar iets waarvoor je kiest. Dit verklaart ook de ondertitel van het boek, The illusion of destiny.” (…) Hier is de aanpak van de Engelse prime minister Blair illustratief. Volgens Sen rekent Blair namelijk een bepaalde groep burgers tot de moslimgemeenschap en denkt via de leiders met deze gemeenschap te communiceren. Hij maakt daarmee een keus voor de identiteit van een bepaalde groep burgers, terwijl het de vraag is of die burgers prioriteit geven aan hun moslim-identiteit en of die burgers gerepresenteerd kunnen worden door de religieuze leiders. Volgens Sen moet Engeland niet beschouwd worden als een ‘federatie van gemeenschappen’, maar als een ‘collectief van mensen die leven in Brittannië, met diverse verschillen, van welke religieuze en op gemeenschap gebaseerde verschillen slechts een deel vormen’. Paul van Trigt

In die zin kan de nadruk op culturele verschillen juist tot een instandhouding leiden van een scheefgroei van de onderliggende belangen. Kort door de bocht zouden Denk stemmers en PVV stemmers op het niveau van belangenvertegenwoordiging elkaars vrienden kunnen zijn maar vanwege de vertekende beeldvertegenwoordiging staan ze juist lijnrecht tegenover elkaar. Iets wat sommige politieke partijen en lobbyisten zich eigen hebben gemaakt. Door het uitspelen van cultuur en identiteit gerelateerde beelden wordt juist ingezet op de belangen van het grootkapitaal.

Oplossingen

Identiteit als strategische inzet 

Het feit dat Denk bestaat is reeds voldoende als strategische inzet van het begrip inclusiviteit, om het uitsluitende karakter van de hegemonie positie ter discussie te stellen. Maar aangezien ook inclusiviteit een functie is van een fundamentele ongelijkheid dient de vervolgstrategie complexer van aard te zijn. De realiteit heeft een fluïde karakter dat geldt ook voor culturen en etniciteiten. Identiteit is derhalve pluralistisch en niet monistisch.

Het snijpunt dient identiteit te zijn en niet zozeer etniciteit want dat is slechts een aspect van identiteit. Het ‘grotere’ vraagstuk draait om identiteit en het is daarom ook niet verwonderlijk dat de jeugd daar een grote interesse in toont. Dat is ook te terug te zien in de steun op hogescholen voor Denk.

Zij die slechts vanwege hun etniciteit op Denk stemmen zijn er juist bij gebaat als ze bevrijd worden van hun koker. De nieuwe digitale wereld kan opnieuw leiden tot een verzuiling. Er dient daarom gestreefd te worden naar niet zozeer een inclusieve maatschappij maar eerder een inclusieve identiteit. Dat is een fundamentele breuk met het huidige politieke stelsel welke juist van verzuiling en gefragmenteerde belangen lijkt uit te gaan in plaats van een universele/overkoepelende inclusiviteit waarbinnen heus wel ruimte mag bestaan voor particuliere eigenheden zoals etniciteit maar dat dit niet langer een uitgangspunt is.

Kritische kijk op inclusiviteit
Het begrip ‘inclusiviteit; dient hierbij kritisch bekeken te worden. De voorvechters van inclusiviteit lijken in dezelfde val te trappen en nemen het snijpunt als een gegeven zonder het arbitraire gehalte hiervan te onderkennen. Zo houdt ook deze ‘inclusiviteitsbenadering’ de voorgaande/onderliggende constructie in stand; het bevestigt de opdeling en probeert volgens de opdeling weer te verenigen zonder het arbitraire karakter van deze opdeling te erkennen. Er ligt een diepere ongelijkheid aan ten grondslag die door het begrip inclusiviteit wordt overzien, want echte gelijkheid zou in die zin pas dezelfde macht zijn als de positie die ongelijkheid mogelijk maakt. De macht om ongelijk te zijn.

De statistiek kan een handig hulpmiddel zijn om bepaalde toevallige oververtegenwoordigingen tegen te gaan. Inclusiviteit betekent in die zin een representatie van allen en alle belangen. Waarbij het tegengaan van uitsluiting binnen het domein van representatie (zowel op beeld- als op belangenniveau) de strategische inzet is.

Noodzaak van een multitude aan mediale representaties
Het gaat niet slechts om het tegengaan van een mediale ondervertegenwoordiging maar om de noodzaak elke positieve modaliteit van identiteit in al haar pluraliteit in vrijheid vorm te geven en zodoende geen reflectie onbenut te laten. Een oneindig landschap aan representaties waaraan een persoon zich kan reflecteren. Het gaat dan niet om evenredigheid te bewerkstelligen maar om zoveel mogelijk modaliteiten de ruimte geven voor hun eigen positieve invulling. Van jongeren, tot culturen, tot, sexe, tot gevoel, tot whatever.

Het is dus belangrijk om hiervoor de ruimte creëren in de culturele en creatieve sector om deze multitude aan representatie mogelijkheden mogelijk te maken. En de aandacht daarbij vooral te richten op een creatie van identiteiten met meerdere facetten, dus pluralistisch en niet monistisch (ook in de context van intersectionaliteit).

En juist dat zegt Margritte. Het idee, de representatie op belangenniveau, wordt geen eer aangedaan door deze te reduceren tot identificeerbare objecten in de werkelijkheid. Naast de reductie van mensen tot culturen wordt vervolgens cultuur gereduceerd tot etniciteit of religie. Terwijl een mens meer is dan zijn etniciteit of religie.

Belangenrepresentatie voorbij beeld
Dus waar het bij representatie op identiteit niveau het van belang is dat iemand zijn eigen tegenbeeld ziet en de vrijheid heeft zijn eigen identiteit vorm te geven is het bij representatie op politiek niveau juist belangrijk om de belangen te behartigen voorbij etniciteit. Belangen zijn namelijk niet per definitie gelijk aan etniciteit.

De belangenbehartiging dient zich derhalve slechts te richten op het waarborgen dat een ieder de vrijheid heeft zijn identiteit vorm te geven zonder daarbij bij elke belangenbehartiging dit als uitgangspunt/snijpunt te nemen. Waarbij een ieder de ruimte dient te hebben zijn eigen identiteit te mogen vormgeven maar dat de belangenbehartiging voorbij dit identiteitsniveau plaatsvindt. Een voorbepaaldheid van identiteit is problematisch en leidt dus tot strijd. Identiteitspolitiek dient zich voornamelijk op vrijheid van keuze te richten.

Etniciteit wordt teveel als snijpunt van tegenstellingen gebruikt. Waar mogelijk dient etnische categorisering tegen te worden gegaan en waar mogelijk te zoeken naar een categorisering op belangenniveau. Bij het behartigen van belangen hoeft niet uitgegaan te worden van een multiculturele benadering waarbij personen gereduceerd worden tot hun Mono etnische afkomst zonder rekening te houden met het feit dat iemand naast een etnische achtergrond juist veel meer is. Dus niet naar achteren kijken maar naar voren.

Cultuur is een woord, een theorie die de wereld begrijpelijk probeert te maken. Maar zodra het idee als waarheid op de wereld wordt geprojecteerd en daadwerkelijk opgedeeld is dat een verkeerde inzet van de theorie/concept.

Authentiek zijn
Diversiteit dient als een universele en principiële begrip/waarde benaderd te worden en niet als particuliere inzet voor politiek gewin. Daar wordt snel doorheen gekeken want meer dan bij andere belangen lijkt identiteit nauw vervlochten te zijn met authenticiteit.

Inspiratielijst: